Laten wij ons als christenen ten volle binden aan God

Bij elk doopje gebeurt het: de priester vraagt aan de ouders of zij beseffen wat van hun wordt verwacht, namelijk dat zij hun kinderen leren leven naar Gods geboden, volgens de woorden van Christus; bemint God en de naaste. Kinderen leren leven naar Gods geboden. Voor velen heeft het woord ‘geboden’ een nare klank. Je zou het maar beter niet moeten gebruiken. Gelukkig is Gods woord, zoals wij het in de lezingen horen, niet zo modegevoelig. Soms is het echt nodig om geboden te stellen. Voor een goed begrip; het Joodse volk was een zwervend volk. Zij trokken van de ene plek naar de andere. Denkt u maar eens aan de 40 jaren in de woestijn. En dan moet iedereen wel mee. Daar let zo’n groep wel op. Totdat zij in de steden gaan wonen, in het beloofde land. Dan letten zij meer op ’t eigen gezin, op eigen huis. Met als gevolg dat mensen uit de boot dreigen te vallen; vreemdelingen, wezen, armen. En dan is het noodzakelijk om geboden te stellen, opdat de aandacht voor het belangrijkste in het leven van mensen blijft! Zorg voor hen die tussen wal en schip dreigen te geraken. Maar beter zou het zijn, als de geboden niet nodig zouden zijn. En dat is mogelijk, wanneer in mensen dezelfde gezindheid heerst als van God uitgaat. Als in mensen Gods geest levend aanwezig is, de Geest van Liefde, die uit zichzelf omziet naar de mens. Geboden komen voort uit liefde. En zij worden door die Geest van Liefde gedragen! Zo moet liefde een sleutelwoord voor ons leven zijn! Maar, dit woord ’Liefde’ wordt maar al te vaak misbruikt. Daarom, laten wij er eens bij stilstaan. Wat bedoelen wij als wij over liefde spreken? 1e: Is het soms verkapte eigenliefde? Verkapt egoïsme? Er zijn mensen die daardoor ongenietbaar zijn voor hun medemens. Ze vinden dat ze niet voldoende talent hebben, niet meetellen. Ze zijn gespannen om een opvallende prestatie te leveren. Of: ze zijn lusteloos, laten zich gaan. Maar om van medemensen te kunnen houden moet je eerst jezelf aanvaarden. Beseffen dat God mij op de wereld heeft geplaatst zoals ik ben. Het betekent; geloven dat Hij van mij houdt en dat het zo goed is. Dag Hij barmhartig is en steeds nieuwe kansen geeft als ’t ons eens niet lukt. Wanneer een mens zich zo kan aanvaarden in het besef dat God hen steunt en bemint, dan is die mens in staat te doen wat Jezus vraagt; “bemint je naaste als jezelf”. 2e Liefde tot de naaste. Ook humanisten bijvoorbeeld zetten zich in voor de medemens. En toch is er verschil tussen medemenselijkheid en christelijke naastenliefde. Want liefde heeft altijd met God te maken. Beminnen is zien dat God zichtbaar wordt in onze medemens. Wie God liefheeft, zal in elke mens iets zien, zelfs in zijn vijand. Het duidelijkste voorbeeld zien wij in het leven van Jezus: de liefde tot God en de liefde tot de naaste blijken onlosmakelijk te zijn. Het is dezelfde liefde. In de bijbel lezen wij hoe Gods liefde zich bindt aan de mens. En zelfs zo sterk, dat wie een mens in nood kwaad doet, daar mee God persoonlijk raakt. 3e Liefde tot God. De twee geboden horen bij elkaar. Liefde tot God en liefde tot de naaste. Maar het meest bijzondere van het evangelie is wel de inzet die wordt gevraagd. In welke mate wij God en de naaste liefhebben. Met heel je wezen, heel je hart, met al de warmte die we kunnen opbrengen. Met heel onze ziel, heel onze persoonlijkheid. Met heel ons verstand. Liefde is niet alleen een kwestie van gevoel, maar is evenzeer een zaak van het verstand. Het is niet weinig wat God van ons vraagt. Het kost moeite, maar is de moeite waard. Er is nog zoveel nood aan geborgenheid en warmte en evenzeer aan inzicht en overleg. Laten wij ons als christenen ten volle binden aan God

Pastoor Borghols.